Verlaagt een vitaminecombinatie het risico op glaucoom?
Dinsdag 3 september 2024
Data van de Spaanse SUN-studie suggereren dat gecombineerde inname van de vitamines A, C en E het risico op glaucoom met 47 procent verlaagt. De Rotterdamse oogarts en epidemioloog dr. Wishal Ramdas keek kritisch naar de studieresultaten en concludeert in De Oogarts dat er meer bewijs nodig is.
De SUN-studie onderzocht inname van de vitamines A, C en E op het ontstaan van glaucoom. Oxidatieve stress is een gehypothetiseerde oorzaak van glaucoom; deze vitamines werden gekozen vanwege hun vermeende directe of indirecte antioxidant-activiteit. In totaal werden 18.669 deelnemers geïncludeerd in dit prospectieve cohortonderzoek. De mediane follow-up was 11,5 jaar. Op de website van de American Academy of Ophthalmology deelden de SUN-onderzoekers hun resultaten en de analyse daarvan.
Groot Rotterdams cohort
Dr. Wishal Ramdas promoveerde in 2011 op het onderzoek Epidemiologic and genetic insights into open-angle glaucoma en is tegenwoordig nauw betrokken bij oogheelkundig epidemiologisch onderzoek binnen de Erasmus Rotterdam Gezondheid Onderzoek-studie (ERGO-studie). In dit in 1990 gestarte cohort zijn bijna 20.000 mensen geïncludeerd. Het oogheelkundig onderzoek binnen de ERGO-studie richt zich onder andere op de oorzaken van glaucoom en leeftijdsgebonden maculadegeneratie.
SUN versus ERGO
Wishal: ‘Het valt me op dat het cohort in de SUN-studie best jong is: de gemiddelde leeftijd is 38 jaar. Glaucoom is een ouderdomsziekte. Uit onze ERGO-studie weten we dat de prevalentie bij mensen van 55 jaar en ouder ongeveer 2 procent is. In dit jongere cohort moet de prevalentie dan lager zijn: ongeveer 0,5 procent. Maar in de SUN-studie vinden ze toch een redelijk hoge prevalentie van glaucoom.’
Onduidelijke argumenten
De SUN-onderzoekers namen in hun analyse de drie vitamines mee die een directe of indirecte antioxidant-activiteit hebben. Vitamine A, schrijven ze, heeft bijvoorbeeld een effect op de transcriptie van genen die nodig zijn voor een effectieve antioxidant-respons en is daarmee een indirecte antioxidant. Wishal vindt dit argument niet duidelijk: ‘Het is bekend dat oxidatieve stress een rol speelt bij het ontstaan van glaucoom. Maar ik vind de uitleg over de antioxidant-activiteit van vitamine A niet sluitend. Het was logischer om bijvoorbeeld vitamine B3 te gebruiken.’ Vitamine B3 is het meest veelbelovend als het gaat om vitamines met antioxidatieve werking bij neurodegeneratieve oogheelkundige aandoeningen, waaronder glaucoom.
Geen advies aan patiënten
De SUN-onderzoekers schrijven verder dat de vitamines afzonderlijk geen aantoonbaar effect hebben op de incidentie van glaucoom. Het gaat dus echt om de combinatie. ‘Waarschijnlijk zijn er interactie-effecten die de gecombineerde invloed verklaren, maar deze studie rapporteert hier niet over.’ Als oogarts is Wishal op basis van de resultaten van de SUN-studie nog overtuigd en dus niet geneigd om zijn advies aan patiënten in de spreekkamer uit te breiden met een aanbeveling voor hoge inname van vitamines A, C én E.







