Met het toenemen van bijziendheid onder de bevolking neemt ook het risico op netvliesloslating toe. Goede voorlichting, vroege signalering en alertheid op klachten zijn belangrijk om een netvliesloslating tijdig te herkennen en te behandelen, vertelt oogarts-in-opleiding Birgit Govers (Radboudumc), die in het voorjaar promoveerde op dit onderwerp.
Birgit Govers
Op haar naambordje prijkt nog steeds de titel drs., maar Birgit Govers is toch echt doctor. Niet alleen arts in opleiding tot oogarts, maar sinds dit voorjaar ook gepromoveerd en dus gerechtigd om de titel dr. voor haar naam te zetten. “Ach”, relativeert ze, “ik denk niet dat het patiënten opvalt.” Eind april verdedigde ze aan de Radboud Universiteit haar proefschrift over netvliesloslating. In haar proefschrift behandelt ze de oorzaken, de behandeling en de preventie van netvliesloslating. Het onderwerp van haar onderzoek kwam toevallig op haar pad. “Maar nu vind ik het een fantastisch onderwerp en wil ik daar verder in doorgaan. Het is heel relevant, want het gaat steeds meer voorkomen.”
De afgelopen tien jaar is het aantal patiënten met netvliesloslatingen met 44 procent gestegen. Dat heeft veel te maken met de stijgende trend in myopie, want myopiegaat gepaard met een verhoogd risico op netvliesloslating. “In het Radboud zien we vijf, zes patiënten met ablatio per dag”, vertelt ze. “Het mooie is wel dat de afgelopen honderd jaar de behandeling enorm verbeterd is. Ooit leidde het tot blindheid. Nu zijn we zover dat we een groot deel heel goed kunnen behandelen.”
Govers onderzocht niet alleen de behandeling, maar keek ook naar een aantal oorzaken voor netvliesloslating. Die liggen voor een deel in de genetica, maar ook veranderingen in de biochemische samenstelling van het glasvocht dragen mogelijk bij aan het ontstaan van netvliesloslating. “We hebben gezien dat patiënten met een netvliesloslating veel minder hyaluronan in hun glasvocht hebben, een stofje dat water vasthoudt.” Bij een achterste glasvochtloslating zie je vaak dat de gel van het glasvocht wat ingekrompen is, gaat loslaten en – bij sommige mensen – aan het netvlies gaat trekken.