Kleurzienstoornis kan het herkennen van fundusafwijkingen bemoeilijken
Vrijdag 18 september 2026
Een aangeboren kleurzienstoornis kan het voor optometristen moeilijker maken om afwijkingen op fundusfoto’s correct te herkennen. Dat blijkt uit onderzoek van de Indiana University School of Optometry.1 Vooral jongere optometristen met een kleurzienstoornis presteerden minder goed dan leeftijdsgenoten met een normaal kleurzien. Richard Trevino, hoogleraar en eerste auteur van de studie, vertelt over de resultaten en de betekenis ervan voor de praktijk.
Trevino weet uit eigen ervaring hoe lastig een kleurzienstoornis (color vision deficiency, CVD) kan zijn. Hij heeft zelf een ernstige CVD en merkte tijdens zijn werk regelmatig dat hij moeite had om te bepalen of een oftalmoscopische bevinding normaal was, bijvoorbeeld een pigmentklompje, of afwijkend, zoals een kleine bloeding. “Ik vroeg me af of dit iets was waar iedereen moeite mee had, of dat het kwam door mijn afwijkende kleurzien.”
Aan het onderzoek namen 55 praktiserende optometristen deel. Hun kleurzien werd onderzocht met de ColorDx CCT-HD, een gecomputeriseerde kleurenzientest die een threshold-waarde geeft voor de verschillende typen kegeltjes. Vijftien deelnemers bleken een CVD te hebben. Vervolgens kregen alle deelnemers twaalf digitale kleurenfundusfoto’s te zien, waarop zij aanwezige afwijkingen moesten identificeren. De deelnemers met CVD voerden de taak vervolgens opnieuw uit met EnChroma® Indoor lenzen, die bedoeld zijn om het kleuronderscheid te verbeteren.
De onderzoekers vonden dat zowel leeftijd als kleurzien samenhingen met de prestaties. Onder optometristen met een normaal kleurzien presteerden de jongere deelnemers beter dan de oudere. Trevino licht toe: “Bij deelnemers met CVD was er geen significant leeftijdseffect. Vooral bij de jongere groep bleek CVD van belang: optometristen met CVD presteerden significant slechter dan hun leeftijdsgenoten met een normaal kleurzien. Bij de oudere deelnemers was dat verschil niet significant.”